Bezoek
asiel 4 januari t/m 11 januari 2007
Door Fred
“Dobar pas”
Door Fred
In oktober 2006
zou ik voor het eerst met de SDB meegaan naar Bosnië. Dat liep
toen echter iets anders omdat we er onderweg achterkwamen dat ik geen
paspoort maar een identiteitskaart had en ik Bosnië dus niet in
zou komen. De plannen werden toen gewijzigd en ik zou een andere keer
meegaan.
In december werd duidelijk dat we misschien eerder dan verwacht alsnog
een keer naar Bosnië zouden gaan. Misschien nog in december, maar
anders zeker in januari dus snel via een spoedprocedure een paspoort
aangevraagd, een Oostenrijk-vignet aangeschaft, stad en land afgebeld
voor winterbanden en 4 januari was het dan zover.
De auto was volgeladen met allerlei spullen die we van goedgeefse buren
mochten ontvangen zoals dekens en warme kleding voor de werkers, Willeke
deed er nog een schepje bovenop met extra harken en nog meer dekens.
Zoveel zelfs dat helaas niet alles meekon, we hadden immers maar 1 personenauto
tot onze beschikking en we moesten wel een uur of 16 ‘normaal’
kunnen zitten.
4 januari.
Om 22 uur
vertrokken we vanuit Zaandam, 14 uur later passeerde we de grens van
Kroatië naar Bosnië en stopten we bij het eerste benzinestation
om ons om te kleden. Het was nog vroeg, het zou zonde zijn om eerst
naar het hotel te gaan. We konden de honden niet laten wachten, we konden
makkelijk eerst nog een paar uur de handen uit de mouwen steken, we
wilden honden zien, horen, ruiken en voelen!
Om ongeveer 18.30 zaten we, moe maar voldaan in een Pizzeria aan de
Tuzlanski. Nog maar een dag onderweg en al een hoop gebeurd.
De reis was zoals gezegd goed gegaan. Oké, in Kroatië moet
je je aan de snelheid houden, zo hebben we geleerd. Betalen kan niet
in euro’s, dat moet in de lokale munteenheid, ook weer geleerd.
En als ze het hebben over ‘fourteen joero’, bedoelen ze
eigenlijk veertig. En als ze dus zeggen dat je geen negentien mag rijden
in een zestien kilometer gebied, nou ja, je begrijpt het.
Hoe dan ook, netjes de snelheid aanhouden dus, en ook niet onbelangrijk:
altijd met je lichten aan rijden. Misschien iets voor een ‘wijs
op reis naar Bosnië’, een boek met tips en trucs voor de
beginnende Bosnië-ganger?
Bij de grens naar Bosnië vreesden we nog even de douane maar na
1 blik in onze kofferbak die uitpuilde bij het openen had hij gelukkig
zoiets van ‘zucht, laat maar zitten’.
Het weer was goed, In Oostenrijk lag er nog sneeuw op de velden, het
asiel was echter sneeuwvrij, maar wel heel erg nat en blubberig. Voor
de honden gold dit ook dus inderdaad, zoals Suze al had voorspeld, binnen
1 minuut ben je smerig tot achter je oren.
Een mooie ervaring alvast.
O ja, vergeet ik misschien nog het meest belangrijke, het gebeuren met
Nevenka. Die middag mocht ik namelijk kennis met haar maken. Tenminste,
ik kreeg in de gaten dat ze er ’s middags was omdat ze het asiel
vast af wilde sluiten voor de avond maar vergeten was dat wij er nog
in zaten. Tenminste, hou het daar maar op, want ‘alles wat je
zegt, kan en zal …’.
Maar eerlijk is eerlijk, de praktijk was dat ze de uitgang op slot gedaan
hadden en dat wij er niet uit mochten. Maar goed, een asiel heeft meerdere
uitgangen dus even later stonden we aan de buitenkant en zij weer binnenin,
de sloten weer los te maken. Daarna een hoop gedoe met politie erbij
en kortom een hoop gezeik. Even later verdween iedereen weer en mochten
we blijkbaar gaan. Vooral een hoop tijd verloren en kennis gemaakt met
‘het andere kamp’. Mensen die dezelfde doelstelling zouden
moeten hebben, maar vooral tegenwerken.
6 januari.
Onze eerste echte volledige dag op het asiel. Uiteraard vroeg opgestaan
want we hadden er weer zin in. Ontbijt in het hotel en daarna snel naar
het asiel.
Met Cole, ‘de taxi-chauffeur’ zijn we tussendoor nog even
naar de stad gegaan om wat spullen om te ruilen en 2 kruiwagens te kopen.
Die werden later die dag geleverd en ik weet niet hoevaak ik die volgeschept
heb met stront, maar laat ik het zo zeggen, ze zijn meteen goed in gebruik
genomen. Overigens net als de nieuwe harken. Suze had in de tussentijd
haar eerste scheur in haar broek van ‘het bijtertje’, een
hond die blijkbaar al een reputatie had uit een van haar eerdere bezoeken.
Later die dag moest mijn broek en huid er ook aan geloven.
Suze is later die dag nog meegeweest om te kijken naar nieuw hooi, dat
is het uiteindelijk niet geworden want de prijs was plots weer verdubbeld
(zucht)… Later die week kregen we ander hooi. Ik ben in de tussentijd
maar verder gegaan met stront scheppen. In eerste instantie had ik mijn
twijfels over het meegaan naar Bosnië want ik heb (lees: had) niet
zoveel met honden, en wat kan ik daar nou doen? Nou, dat heb ik deze
week wel geleerd: In het asiel is altíjd wat te doen. Afgezien
van het schoonmaken ben ik ook op de vuilnisbelt vlak voor het asiel
op zoek gegaan naar geschikte stenen om het asiel in te brengen. Deze
heb ik als een soort paadje gelegd in de modderpoel van 1 van de hondenverblijven
en leuk om te zien, maar de honden gebruikten dat dus echt meteen om
overheen te lopen. Zo konden ze met droge poten naar de overkant van
het veld.
Aan het eind van de dag was er weer een tegenvaller. De watertank bleek
lek te zijn. Vlak ervoor was de tank gevuld door een waterwagen en nu
bleek ergens onderin een lek te zitten waardoor de tank langzaam maar
zeker leegliep. Dus zo snel mogelijk met emmers het water er weer uit
zien te halen en over te gooien naar een andere tank.
De spierpijn begint nu ongeveer weg te trekken.
Even later ging de zon onder en werd het meteen koud. Vlak daarvoor
was het nog super weer geweest. Niets wat er op wees dat het winter
was in Bosnië, de volgende ochtend zouden we de autoruiten echter
moeten krabben en was het niet alleen modder op het asiel, maar ook
stukken ijs.
Die avond sloten we wederom af in de pizzeria om snel daarna te gaan
slapen.
7 januari.
In tegenstelling tot de eerste nacht zat ‘snel slapen’ er
dus niet in. De eerste nacht heb ik in coma gelegen. Deze nacht kon
ik echter niet in slaap komen, iets dat bij meerderen het geval bleek
te zijn. Muziek vanuit kamers elders in het hotel, de geur van sigaretten
en vooral veel denken.
Maar goed, het wordt vanzelf weer de volgende dag en na het ontbijt
meteen weer door naar het asiel. Zoals gezegd had het gevroren en op
alle plassen lag een laagje ijs. Het leek me dan ook een goed idee om
deze stukken ijs vast het asiel uit te werken, dat scheelt weer een
hoop blubber en dus natte pootjes als het weer ontdooit zou zijn.
Nou, het ijs scheppen lukte dus niet erg door de stenen die er doorheen
zaten dus heb ik me de rest van de dag maar gestort op het maken van
een kuil en daar het water en ijs uit te scheppen met behulp van de
schop en kruiwagen.
Tussendoor werd dit afgewisseld door een bezoekje aan een andere plek
in Bosnië om daar te kijken naar een nieuw stuk land.
Het zag er mooi uit, maar wat weet ik daarvan? Ik kan een aantal dingen
verzinnen waar ik op zou letten bij een nieuw stuk land, maar in de
praktijk vergeet je volgens mij altijd de belangrijkste dingen waardoor
het toch weer problemen op zou leveren. Een asiel mag bijvoorbeeld,
maar dan mag je de hondenpoep nergens dumpen of iets dergelijks. Maar
goed, het land zag er goed uit en zeker met de ellende die er speelt
wordt het al erg snel aantrekkelijk (maar ook weer een reden om kritisch
te blijven en niet overhaast iets te besluiten).
Daarna weer verder met hondenpoep scheppen en nog meer stenen halen.
’s Avonds een wezen denken aan hoe je een tank kan maken die een
opening heeft die waarschijnlijk te klein is om erin te komen maar die
ook vanuit de binnenkant gemaakt zal moeten worden.
8 januari.
’s Nachts weer veel wakker geweest, erg benauwd, veel rooklucht,
pijn in mijn keel. Tuzla doet meer met je dan je lief is.
Desalniettemin uiteraard weer vol frisse moed naar het asiel, klaar
voor een nieuwe dag. Eerst maar eens beginnen om de watertank helemaal
leeg te krijgen. Ondanks de 2 gaten die erin zaten bleek het water toch
niet helemaal weg te lopen (waarschijnlijk te weinig druk op de rest
van het water over) dus met een emmer de rest via het kraantje eruit
gehaald en overgegooid in de 2e tank.
Een emmertje of paar-honderd later was hij leeg en konden we hem verplaatsen
om de ondergrond rechter te maken (mooie mat over de scherpe stenen
en de ondergrond recht maken). Later die dag hebben ze de gaten hersteld
en kon hij de volgende dag vast met een plons water getest worden.
Tussendoor zijn we even op bezoek geweest bij Ms Grozda, een hond die
in het asiel was maar die vanwege de onrust aldaar even een veilig onderkomen
heeft gekregen. Als ‘de tegenpartij’ ons zou willen raken,
dan was het wel via deze lieve mascotte dus gelukkig kon zij tijdelijk
een ander adres vinden.
Iedereen was het
er mee eens dat ze er erg goed uitzag, ze had zelfs billen haha en dat
ze goed verzorgd werd. Gelukkig.
Op weg naar huis hebben we ook nog even een poes proberen wat extra
aandacht te geven, maar je kon merken dat deze dit niet gewend was.
De volgende dag bleek het eten dat we hadden neergelegd echter wel verdwenen
te zijn. Ook gelukkig.
9 januari.
Deze dag zou ik me storten op het maken van een rand waardoor het water
vanuit de keuken niet het asiel in zou lopen maar af zou buigen naar
de andere kant waardoor het in de goot kon komen die er al lag. Bij
het schoonmaken van de keuken liep namelijk elke keer het water die
kant op.
Het bleek echter dat de nachtdienst alvast een gat had gemaakt in de
muur van de keuken waardoor het water daar al doorheen kon. Het enige
wat nu nog ontbrak, was een goot aan die kant van de keuken. Dat hebben
we die dag dus gemaakt.
Daarnaast is er een meneer langsgekomen met 2 paarden en wagen met daarop
een flinke lading hooi. Deze is afgeleverd in het asiel en samen hebben
we dit in een hok gegooid zodat het droog bleef. Meteen dolle pret voor
de honden uiteraard. In eerste instantie hebben we de deur nog dichtgehouden
maar later die week bleef de deur open en hadden een paar honden weer
een extra verblijf. Zag er aandoenlijk uit.
Diezelfde avond op de terugweg weer een poesje gevonden en het tweede
blikje eten dat we gekocht hadden gegeven en deze viel er meteen op
aan.
Wij hadden besloten die avond elders te gaan eten en Viginia en Cole
hierbij uit te nodigen. Daarnaast werd Mustafa uitgenodigd dus gezellig
met z’n 6-en gegeten. Een mooi stel mensen bij elkaar.
10 januari.
Deze dag begon met politie aan het hek die een paar vragen voor ons
hadden. Het kwam erop neer dat we geen werkvergunning hadden en we dus
ook niets mochten doen in het asiel. Ze zouden nakijken of we inderdaad
in het hotel sliepen en onze paspoorten (die daar lagen) zouden bekeken
worden. Weer een fraai staaltje tegenwerking. Komt mooi uit, want we
werken ook niet in het asiel. Werk is iets wat je doet tegen betaling.
Wat wij doen is hobby. Tenminste, ik neem mijn vakantie ervoor op en
betaal zelf alle gemaakte kosten dus noem het wat je wilt, maar werk
zou ik het niet willen noemen. Hoe dan ook, om ellende te voorkomen
op deze laatste ‘werk’dag hebben we onze werkhandschoenen
maar in de wilgen gehangen en ben ik me gaan storten op het knuffelen
en fotograferen van de honden, zo nu en dan de mannen helpend bij het
aangeven van spullen.
Aangezien we deze avond weg zouden gaan, maakte ik het niet te laat,
Cole heeft mij teruggebracht naar het hotel en ik ben een paar uur plat
gegaan.
Wat daarna allemaal gebeurde is moeilijk te beschrijven maar het liep
in ieder geval allemaal iets anders dan gepland. In plaats van dat de
dames naar het hotel kwamen om ook even op te frissen en klaar te maken
voor de terugreis, werd er gebeld en zaten we even later in een cafeetje
met de advocaat en een Italiaanse meneer. Er zouden bodyguards onderweg
zijn naar het asiel om ons tegen te houden dus zijn de dames in allerijl
vertrokken. Een hoop gedoe dus wederom met schreeuwende mensen en een
hoop telefoontjes heen en weer. Virginia zou het land uit moeten, terug
naar Australië, haar hond zou ingeslapen moeten worden, het asiel
zou op z’n gat komen te liggen, de mannen zouden moeten stoppen
met werken, weer sprake van een noodkeuken, kortom, allemaal een hoop
gestress waar niemand beter van wordt, laat staan de honden.
Al met al duurde het gedoe zo lang, dat het niet meer mogelijk was om
bij onze oorspronkelijke plannen te blijven dus werd besloten nog een
dag bij te boeken en de volgende dag vroeg te vertrekken. En zo geschiedde.
11 januari.
Om kwart voor 6 verlieten we het hotel, reden nog een keer naar het
asiel waar het nog rustig was en daarna nog even door naar een dierenarts
voor de laatste papieren daarna zijn we gaan rijden.
En de reis ging gelukkig weer voorspoedig. Geen gedoe bij de douane,
alleen last van het slechte weer onderweg met zoals ze vandaag op het
nieuws zeiden, ‘horizontale regen’.
En rond een uur of 10 ’s avonds waren we dan bij het eerste adres
waar we Polly af konden leveren. Een uurtje later gevolgd door het afleveren
van Hope en rond half 12 konden we Sheila en Willeke afleveren en reden
Suze en ik weer op weg naar huis.
En zo eindigde voor
mij een bijzondere week.
Normaal heb ik een kantoorbaan en doe ik projecten van enkele weken.
Je denkt alles eerst goed uit, en voert het dan pas uit.
Nu kom je in een wereld waar er geen tijd is om te denken, het werk
moet gewoon gebeuren.
En ik heb het met plezier gedaan. ‘Jammer’ dat er zoveel
‘gezeur’ omheen is, dat kost iedereen veel meer tijd en
energie dan dat het zou moeten kosten, maar als ik me echt even richt
op het werk (daar gaat het toch om) dan was het een nuttige week waarin
ik zoveel mogelijk heb gedaan voor de honden. En ik hoop dat binnenkort
weer te mogen doen…
|